Super User

Super User

Dit keer eens geen foto, maar een eenvoudige aquarel van Venrays Harmonie in 1935, poserend voor
het verenigingslokaal Cafébiljart Sjang Schaeffers in de Schoolstraat. Het is een koude zondagnamiddag,
allen hebben een dikke overjas aan en bijna iedereen draagt een hoed, zoals toen de mode was.
De harmonie is net teruggekeerd van een serenade en binnen in het warme lokaal wacht hen een goed glas bier. Muziek maken maakt dorstig. Men heeft vandaag alle registers open getrokken, want niet alleen
het verenigingsvaandel werd meegetroond, ook de prachtige schellenbomen gingen mee. Ze zijn
een geschenk van oud-vicepresident dokter Struben. De schellenboom is een muziekinstrument van Turkse afkomst, bestaande uit een 2 meter hoge staf waaraan belletjes en versierselen zitten. De klank wordt geproduceerd door het instrument te schudden. Het werd vooral bij militaire marsmuziek gebruikt. De bomen hadden een flink gewicht en waren niet zo gemakkelijk te hanteren. De schellenboomdrager kon dan ook altijd op een extra pint rekenen. De tekening is gemaakt naar een foto uit 1935 direct nadat de fanfare
was omgezet in een harmonie. Dirigent was Henri Welting, een begaafd musicus en organist.
Het muziekgezelschap moest in die dagen veelvuldig optreden, ongeveer 50 tot 60 keer per jaar, de vaste wekelijkse repetities niet meegerekend.. Kom daar vandaag de dag nog maar eens om. De geschiedenis
van de Venrayse harmonie is vastgelegd in het boek Van Toeten en Blazen’ dat nog steeds verkrijgbaar is.

Lees meer...

In het begin van de vorige eeuw bestonden er in het dorp twee muziekgezelschappen, Fanfare Euterpe, opgericht in 1860, en Fanfare Sint Caecilia dat in 1899 was opgericht door schutterij Het Zandakker. Euterpe, dat al heel aardig muziek kon maken, keek een beetje op Caecilia neer
en claimde de oudste rechten. Maar deze liet zich niet kisten en eiste van het gemeentebestuur dezelfde rechten als Euterpe. Men maakte aanspraak op subsidie en eiste ook het vrije gebruik van de muziekzaal in de Schoolstraat die in 1895 door Euterpe was gebouwd en enkele jaren later door de gemeente was overgenomen. Euterpe op zijn beurt betichtte Caecilia van onderkruiperij wat de stemming tussen beide verenigingen er niet beter op maakt. Het dorp raakte verdeeld in twee kampen, de Zwaansen die voor Euterpe waren, en de Gouden Leeuwsen die hun hart
aan Cecaelia hadden verpand. De respectievelijke etablissementen De Zwaan en de Gouden Leeuw tracteerden zo nu en dan op een glas bier
en op hun beurt maakten de muzikanten muziek in de hen regarderende cafés. Maar de wereldlijke en kerkelijke overheid greep in en In 1911 werden de twee fanfares samengevoegd onder de naam “Venrays Fanfarekorps”. De naam werd geborduurd op het nog vrij nieuwe vaandel
van Caecilia en Euterpe leverde de vlaggenstok met de vergulde leeuw in top. Venray was trots op het grote gezelschap van meer dan
60 muzikanten, maar de vrede was niet van lange duur. Frans Vollenberg, muzikant en onderdirecteur van Euterpe merkte op:
‘”We hebben er een hoop koper bij gekregen. Hadden we nu nog maar muzikanten.

Foto: Venrays Fanfare na de samenvoeging.


Lees meer...

In 1845 vestigde zich in Venray Henri Gosewijn Messemaeckers, muzykmeester. Hij was organist in de Grote Kerk en gaf muzieklessen
aan de leerlingen van het Philharmonisch Gezelschap, de voorloper van harmonie Euterpe. Gosewijn was een telg van de familie Messemaeckers uit Venlo die al meer dan anderhalve eeuw het muziekleven aldaar beheersten. Zijn tweelingbroer Theodoor was directeur
van de eerste Nederlandse fanfare die in Baarlo in 1852 werd opgericht. De fanfare was een nieuw fenomeen in de wereld van de blaasmuziek.
In het midden van de 19e eeuw deden nieuwe muziekinstrumenten hun intrede, koperinstrumenten met ventielen en een geheel nieuw type instrument, de saxofoon. Deze koperinstrumenten werden snel populair en fanfaregezelschappen schoten als paddenstoelen uit de grond.
Ook in Venray wilde men zo’n fanfare oprichten en besloten werd om het Philharmonisch Gezelschap om te vormen tot een fanfare.
Aldus geschiedde. Gosewijn Messemaeckers heeft mede aan de wieg gestaan van Fanfare Euterpe die in 1860 het levenslicht zag.
Maar Gosewijn deed meer dan muziek maken. Hij handelde in galanterieën, behangpapier, drukwerken enzovoort. Hij legde niet alleen
de grondslag voor onze huidige harmonie, hij was ook de oprichter van de bekende Boekhandel-drukkerij Messemaeckers die tot ver in de omtrek bekendheid genoot.

Lees meer...

Nadat in 1815 Napoleon was verslagen en wij bevrijd waren van de Franse overheersing, werden de grenzen in Europa opnieuw vastgesteld. Daarbij werd de grens met Duitsland verlegd van de Peel naar de oostkant van de Maas. Van de ene dag op de andere ontstond er
een nieuwe provincie die deel uitmaakte van het Koninkrijk der Nederlanden en bovendien de status kreeg van Hertogdom.
De Koning van Nederland was zowel onze Koning alsook Hertog van Limburg. Dat duurde tot 1830. Toen scheidde België zich af en werd
een zelfstandig koninkrijk en Limburg werd bij België gevoegd. En zo werden we opeens Belgen. Tijdens die Belgische tijd werd in Venray
het Philharmonisch Gezelschap opgericht, de voorloper van onze harmonie Euterpe. Om precies te zijn in 1838. Een jaar later werd de provincie weer bij Nederland gevoegd en waren we weer ‘Hollanders’. Veel mensen begrepen er niks meer van. In juni 1841 besloot de Koning
om een uitgebreid bezoek aan zijn hertogdom te brengen en alles werd in het werk gesteld om zijn doortocht door Limburg zoveel mogelijk
te veraangenamen. De Koninklijke reis voerde van Nijmegen via de oostelijke Maasoever naar Maastricht waarbij in Venlo en Roermond
werd overnacht. De terugreis een week later ging langs de westelijke Maasoever, via Meerlo en Wanssum naar Geysteren waar de Koning
op het kasteel van baron Weichs de Wenne een rustpauze hield. En daar waren de Venrayse muzikanten present om de Koning te vergasten
op een stukje muziek. Zij werden daarbij vergezeld door enkele dorpsnotabelen voor wie het een bijzondere eer moet zijn geweest om de Koning in hoogsteigen persoon te kunnen aanschouwen en te kunnen begroeten. De Venrayse muzikanten grepen deze gelegenheid aan om de Koning een brief te schrijven en hem om geld te vragen voor de aanschaf van muziekinstrumenten. ‘Al ware het maar tweehonderd Hollandsche Guldens’ zo schreven ze. De Koning honoreert het verzoek met honderd gulden waarvoor je toen vier muziekinstrumenten kon kopen. De correspondentie met persoonlijke aantekeningen van Koning Willem II en ondertekend met zijn paraaf vormen waardevolle archiefstukken die gevonden werden
in het Koninklijke Huisarchief van Paleis Noordeinde in Den Haag.

Foto: Het kasteel van Baron Weichs de Wenne in Geijsteren

Lees meer...

In 1921 richtte het bestuur van het Sint Antonius patronaat een jeugdfanfare op, de Kleine Fanfare genoemd. Bankdirecteur Willem Laurensse was leermeester en dirigent van het muziekgezelschap dat grote aantrekkingskracht uitoefende op de Venrayse jongelui. Meisjes werden
niet toegelaten. Ze konden überhaupt geen lid worden van het patronaat. Dat voorrecht was alleen voor jongens weggelegd. De directeur
van het patronaat, pater Nielen, had de wind er goed onder. Hij regeerde met strakke hand en verbood de jongelui om mee te spelen
in de Venrayse Fanfare. Hij achtte de omgang met die grote muzikanten gevaarlijk en ongewenst. Op haar beurt verbood de Grote Fanfare haar leden om met de Kleine Fanfare mee te spelen en aldus raakten de gemoederen al snel verhit. Over en weer werden verwijten gemaakt en zelfs de burgemeester en beschermheer Jan Poels moesten er aan te pas komen, om de boel te sussen. Maar veel hielp dat allemaal niet. Pater Nielen noemde enkele Fanfaremuzikanten‘schadelijke elementen, waaronder een allemansvriend die zuipt en kinderen verwaarloost en nog zo’n
paar grootmuilen’. Het moge duidelijk zijn dat de verhoudingen behoorlijk waren verziekt. De jeugdfanfare trad voor de eerste maal
voor het voetlicht ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Koningin Wilhelmina op 15 september 1923. ‘Het ging nogal’ , aldus pater Nielen. Met andere woorden: het was niet veel soeps. De jeugdfanfare heeft overigens maar een paar jaar stand gehouden. In 1929 ging het gezelschap ter ziele. Pater Nielen was er niet rouwig om. ‘’Een luidruchtige fanfare lijkt minder te passen in ons werkprogramma’, was zijn conclusie.
Het huidige muziekkorps MMSK is de latere voortzetting van de Kleine Fanfare van het oude patronaat. Meer over de geschiedenis van
de Venrayse blaasmuziek kunt U lezen in het prachtige boek ‘Van Toeten en Blazen’ dat bij de vereniging en in de boekhandel nog steeds verkrijgbaar is.

Lees meer...